Wij willen doden

7 juni 2012 — door Stijn Pieters

“Salut Joëlle, quelle nouvelle?” Aan de andere kant van de telefoon maakt de Minister van Binnenlandse zaken de premier duidelijk dat er zich op de site van de kerncentrale in Doel een incident heeft voorgedaan en dat ze zich naar het crisiscentrum van de regering begeeft om daar de zaak in handen te nemen. “Ik bel mijn Nederlandse collega en zie je daar over twintig minuten.” Elio kan nauwelijks een vibrato in zijn stem onderdrukken.

“Oui, Madame, je vous écoute…”. De voorzitter van de raad van bestuur van Electrabel luistert aandachtig naar de info die de CEO hem telefonisch presenteert. “Zal ik naar het crisiscentrum in de Regentlaan komen? Oui!? Ça va!

Een ingenieur in de kerncentrale zit helemaal in zijn rol en schakelt een zogezegd zwaar getroffen drukwaterreactor uit. Hij rapporteert dit meteen aan zijn verantwoordelijke die de informatie stuurt naar alle hulpdiensten en het eigen crisisteam.

Midden een cruciaal overleg met enkele ambtenaren veert de Beverse burgervader op en stuift de kamer uit. Op eenvoudig verzoek van zijn noodplanningsambtenaar rept hij zich naar het crisiscentrum van zijn geliefde gemeente. Al rennend zoekt hij het gsm nummer van de Antwerpse gouverneur.

Intussen zijn de eigen interventiediensten van Electrabel al volop gestart met de eerste blus- en reddingsacties op het terrein.

Brandweerwagens, politiecombi’s, mobiele medische posten, ambulances, zendwagens van diverse media, eenheden van het leger en de civiele bescherming rukken en masse uit naar de plaats van de gesimuleerde ramp. Ze worden in real-time op de hoogte gehouden door de hulpcentrale 100 en diverse nucleaire experts.

De voltallige digitale bevolking begint de gesimuleerde crisis te verslaan via Twitter, blogs, Facebook, en andere frivole programma’s. Dat zorgt voor uitgebreide analyses, commentaren en diepgaande evaluaties in diverse media, aula’s, café’s en supermarkten.

Extra journaals coveren live de oefening. Nucleaire sirenes loeien, burgers schuilen, kinderen worden op scholen opgevangen, en heel wat ongeruste burgers grijpen naar de jodium-tabletten.

Gedurende drie volle dagen gonst de atmosfeer boven ons land van de geruchten, informatie, en genomen beslissingen in “de oefening van Doel”. Iedereen spreekt er over. Goed, kwaad, met passie, of met misprijzen. Ze is the talk of the country.

Ministers maken ongewild inschattingsfouten, bedrijfsleiders drukken zich ongelukkig uit op de nationale televisie, politiediensten evacueren mensen dwars door de gesimuleerde radioactieve wolk, brandweerwagens staan te dralen in files, …
Maar ook in de omgekeerde richting voltrekken zich mirakels. Buren helpen elkaar met de evacuatie en vinden zo efficiëntere vluchtroutes dan de overheid ooit beschreven heeft. Ministers komen snel met een sociaal economisch plan op de proppen dat de continuïteit van het land garandeert. Bedrijfsleiders zien hoe medewerkers zich ontpoppen tot bekwame, daadkrachtige en empathische crisismanagers.

Alleen … Zo lang er in ons land geen dergelijke moed, devotie, openheid en engagement bestaat bij alle belanghebbenden voor onaangekondigde crisisoefeningen zullen we tot het einde der tijden steevast dezelfde verzuchting horen: “Er moeten altijd eerst doden vallen voor er iets verandert.”

Stijn Pieters is Managing Partner van PM en co-auteur van Geen Commentaar! Communicatie in turbulente tijden

Categorieën: Columns Reacties uitgeschakeld

Reacties niet toegelaten

Naar boven