Als crisisadviseur en regelmatig bezoeker van Pukkelpop geef ik in dit artikel mijn ervaringen en enkele ideeën mee over de crisiscommunicatie rond de Pukkelpopramp in augustus 2011.
Eerst nog even meegeven dat bij elke ramp de eerste bezorgdheid moet liggen bij crisisinterventie, hulpverlening en evacuatie. Mensen moeten verzorgd en opgevangen worden, erger moet voorkomen worden. Samen met de hulpdiensten en overheden leverde de organisatie van Pukkelpop uitstekend werk om de evacuatie vlot te laten verlopen en de slachtoffers de nodige hulp te bieden.
Eerste uren: online verslaggeving
Het eerste nieuws kwam ik te weten via een vriendin die het op de radio had gehoord. Mijn reactie die avond was dezelfde als honderdduizenden mensen: ongerustheid over vrienden en familie. Verbijsterd opende ik Tweetdeck(een monitoring app voor sociale netwerken). Online was er al een stroom van verslaggeving op gang gekomen met reacties, oproepen, nieuwsflashes en de eerste beelden. De tegenstrijdige berichten omtrent het aantal slachtoffers baarden iedereen zorgen. Bij De Standaard was er sprake van 7 doden, terwijl er mensen op het terrein tweetten over zeker 24 doden.
“Communication often demands another way of thinking far beyond the sender/receiver model and the classical approach of communication as a mere tool to transfer information.”
Lees het artikel (progressivemedia.be)
Auteurs: Hugo Marynissen en Alain Bernard
“ Gisteren beloofde paus Benedictus XVI verregaande maatregelen om kinderen in de toekomst beter te beschermen tegen seksueel misbruik. De vraag is echter of dat volstaat, want ‘de kerk blijft communiceren vanuit een op de kerkelijke hiërarchie gebaseerd superioriteitsgevoel’. Een groep Vlaamse en Nederlandse communicatiespecialisten heeft een boodschap voor Joseph Ratzinger – vandaag vijf jaar paus – en de zijnen. ”
“ Als overheid moet je bij rampen en incidenten direct vol aan de bak. En met ‘totale openheid’. Iedereen komt namelijk altijd overal achter. ”
In onderstaand knipsel (PDF 0,5 Mb) uit De Volkskrant werpen Frank Vergeer en Anne-Marie van het Erve (medeauteurs van het boek Geen Commentaar!) hun licht op o.a. crisiscommunicatie bij overheden. Enkele bekende voorbeelden van goede en minder goede crisiscommunicatie worden besproken.
Dat de economische crisis nog altijd wild om zich heen grijpt, werd de voorbije dagen pijnlijk duidelijk. Door herstructureringen worden binnenkort 21 vestigingen van Carrefour gesloten. Daardoor komen 1.672 medewerkers op straat te staan. Dat effectieve en heldere communicatie op een dergelijk moment erg belangrijk is, bewijst het optreden van Lars Vervoort, woordvoerder van Carrefour.
Er zijn ondertussen twee weken verstreken sinds de dodelijke treinramp in Buizingen. Meteen na het ongeluk werd beslist om een nationaal herdenkingsmoment te houden, waarop alle nabestaanden en overlevenden steun en troost zouden kunnen vinden bij elkaar. Uiteindelijk werd het ”een fiasco” voor de federale regering, aldus de VRT. “Dit was geen herdenking voor en van de slachtoffers, maar een herdenking van en voor de hoogwaardigheidsbekleders.”, stelde kamerlid Ben Weyts. Er werd veel meer rekening gehouden met eventuele communautaire problemen dan met de noden van overlevenden en nabestaanden. In de basiliek van Halle wilde men liever geen tweetalige mis verzorgen omdat zoiets zeer gevoelig ligt. Het werd daarom het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel.
Persvoorlichtster van de politie, Kim Dekkers, combineerde enkele opmerkelijk eigenschappen tijdens haar interview omtrent de bommelding in Den Bosch van midden januari.
Onlangs zond Panorama de reportage “Het falliet van Financiën” uit, gemaakt door journalist Wim Van den Eynde. Hierin wordt een ontluisterend beeld geschetst van de werking van de FOD Financiën, onder leiding van minister Didier Reynders. Als zijn ex-kabinetmedewerkster stond Anne-Marie Verdoodt in voor de aanwerving van nieuwe statutairen. Gedurende jaren wierf zij gemiddeld 30% van deze mensen aan uit haar eigen streek: het Aalsterse. Voor de camera zegt zij zonder blikken of blozen dat uit dienstbetoon aan de burger te doen. “Het gaat tenslotte over potentiële kiezers, meneer.” Een sterk staaltje van normvervaging!
Net zoals tijdens zijn verkiezingscampagne maakt president Obama gebruik van YouTube om te communiceren over zijn beleid. Niet minder dan 11.000 (kritische) vragen werden ingezonden door burgers, waaruit vervolgens de meest populaire items geselecteerd werden. Obama legt uit waarom bepaalde verkiezingsbeloftes vandaag nog niet gerealiseerd zijn, drukt zijn begrip uit voor frustraties onder de bevolking, maakt zijn standpunten in verschillende domeinen duidelijk en geeft achtergrondinformatie bij bepaalde maatschappelijke problemen. Via YouTube kan Obama ook andere doelgroepen bereiken én heeft hij meer controle over zijn boodschap dan in de traditionele media (duur interview, geen onderbrekingen door een journalist, etc.).